MODELVLIEGCLUB
''DE STICKS''
* 1937 *

Deel twee geschiedenis van De Sticks.

 

Marinus gaat verder met zijn verhaal,

We zijn in het jaar 1939.
Dat was een jaar waarin bij de club het aantal modellen gestaag groeide.
Men schafte een W.B.22 aan, een mooie zwever met knikvleugels.
Ook kwam er een Tailer Cub die had een rubber motor.
De Cub vloog maar matig.

In dat jaar gingen we ook met een kabel en elastiek werken welke een lichte zwever zeer snel naar boven of zoals ook vaak gebeurde snel naar beneden trok.
Een kleinere zwever tot een meter was zijn grotere broer vaak de baas.
De trekkracht voor een grotere zwever was niet groot genoeg het ging allemaal heel moeizaam.
Maar dat was nou het mooie er van elke stap vooruit gaf een enorme voldoening.
Het was PIONIEREN !!

Er kwamen berichten uit Amerika dat er modellen vlogen met een benzine motor!!
We kregen een prijscourant in handen van de firma Warnaar uit Voorburg waar werkelijk een
benzinemotor in stond.
Het was een Brown Junior van 10cc de prijs was f22.50 en een model hiervoor 15 gulden.
Om een idee te krijgen van de waarde, voor dit geld kon je een splinter nieuwe Gazelle fiets kopen!!
Om kort te zijn voor ons niet haalbaar.
Dus bleef het bij zwevertjes en konden we verder dromen dat we ooit een motor zouden kunnen bezitten.
Zou dat ooit werkelijkheid worden?

 

10 Mei 1940 de oorlog brak uit.
Deze oorlog legde het hele modelvliegen lam.
Voor ons clubje brak een lange donkere nacht aan en niemand wist voor hoe lang.
De periode in de oorlog daarover gaan we later nog vertellen.
In een volgend hoofdstuk wil ik iets vertellen over het geheime vliegen in de oorlog want dat mocht niet van de bezetter.


Van de KNVVL hoorden we weinig nieuws.
Al spoedig ging de bezetter zich ook met de clubs bemoeien.
We mochten wel doorgaan maar dan zoals die vreemde mensen die in Den Haag de lakens uitdeelden het wilden.
Maar wij wilden dat niet!!
Na ernstig beraad besloten we met de club te stoppen.
Gelukkig maar want waren we doorgegaan zoals de bezetter dat wilde waren we natuurlijk een soort NSB’ers geweest.

Stiekem deden we toch wel wat met vliegers en af en toe eens een handstartje maken.
Maar dat werd ook al snel verboden.

Toch heb ik in 1943 nog een kist gebouwd en er heel stiekem enkele keren mee gevlogen.
Natuurlijk was dat riskant en al hadden we in die tijd wel andere zorgen men was jong en het bleef een lokkend avontuur iets te doen wat eigenlijk verboden was.
Alles bij elkaar was het een benauwde tijd en in stilte hoopte en wenste iedereen dat de oorlog maar gauw voorbij zou zijn.
Maar er leek geen einde aan te komen.
Pas toen de Engelsen en de Amerikanen in Frankrijk op 6 Juni 1944 landden kregen we hoop.
Zondag 16 september 1944 is een gedenkwaardige dag.
Drommen vliegtuigen vlogen richting Arnhem.
De bevrijding van ons Nederland was begonnen.
Nu konden we weer eens naast het werk wat er volop te doen was aan onze hobby gaan denken.

We gaan nu verder over de tijd direct na de oorlog.

Op 8 feb 1946 kwamen we met enkele vrienden bijeen in het parochiehuis van Keldonk we zouden weer doorgaan met onze club.

In mei 1946 ben naar Den Haag gegaan om de club weer in te laten schrijven bij de KNVVL Ik herinner me dat nog als de dag van gisteren.
De hr. Asselbergs ging op een landkaart zoeken waar Keldonk lag toen hij het gevonden had prikte hij er een vlaggetje bij, weer een nieuwe club.
Maar er stonden nog niet veel vlaggetjes op in die tijd zelfs ik had niet kunnen denken dat onze club nog  zo lang zou bestaan.

In het jaar 1947 werd er veel gebouwd en…. gevlogen.
Ook hadden we al brevetten voor behaalde prestaties.
We bouwden in het pakhuis van de molenaar van Keldonk v. Lith.
Zo kon het gebeuren dat modellen werden ingevlogen doordat we in de molenwieken klommen en zo een mooie hoogte hadden om te starten.
Een karweitje dat de zoon van de molenaar Sjef menigmaal heeft gedaan.

Sjef van Lith klom in de wieken om zijn zwever te lanceren

 

In die tijd bestelden wij tekeningen bij de KNVVL we zaagden plankjes voor ribben en latjes uit populierenhout.
We genoten toen echt van onze hobby en beleefden onze vrijheid intens.
Onze dorpspastoor de heer Pulles droeg de club een warm hart toe en hielp ons waar hij kon.
Hij zorgde o.a. voor kolen (duur in die tijd) zodat wij bij het bouwen niet in de kou hoefden te zitten.
In die tijd werden veel houten kruizen op het kerkhof vervangen door kruizen van steen en merkwaardig genoeg kwam mijnheer pastoor ons ook wat van dat hout brengen waar we erg blij mee waren.
In veel van onze modellen zat dat hout verwerkt.
Ze vlogen er niet slechter om!!
Balsa hout nog nooit van gehoord.

In 1948 gingen we maar eens een tentoonstelling houden dat bracht mooi wat geld in het laatje 150 gulden Typisch was dat na de oorlog alles wat makkelijker.
Een hobby mocht wat geld kosten.

We zijn in voorjaar 1949 aangekomen.
Op de leenderheide werd een districtswedstrijd gehouden en daar wilden we graag aan mee doen.
Met de vrachtwagen van v.d. Bosch werden we naar Leende gebracht.
De rit liep voorspoedig en alras zaten we op de leenderheide.
Er waren al verschillende clubs uit Brabant aangekomen.
Er werd ons een plek aangewezen die met een lint was afgebakend en daar konden we onze modellen neerleggen.
Alles verliep naar wens behalve voor v.d. Linden want zijn model vloog weg richting Valkenswaard en dus was hij uitgeschakeld.
En dan was er nog iets, de politie wilde ons pakken voor personen vervoer in een vrachtwagen.
Ze hadden waarschijnlijk niks anders te doen en dachten als ze straks wegrijden dan pakken wij ze maar dat hadden we in de gaten.
In de cabine mochten 5 personen zitten en de rest is met het openbaar vervoer naar huis gegaan.
Dit was toch altijd nog goedkoper dan een verbaal.
Ondanks deze voorvallen was het toch een spannende onderneming geweest om nooit te vergeten.
Ik vraag me af of als alles op rolletjes was verlopen deze dag nog net zo vers in mijn geheugen zou zijn gebleven.

We gaan nog verder in de geschiedenis van onze club verhalen vertellen, dat komt in deel drie.   
            
             
De redactie,

Jan en Martien